Overgangsregeling
De rapportcijfers
Bij de bepaling van een rapportcijfer zal in vrijwel alle gevallen afgerond moeten worden. Dit geschiedt aldus: vanaf ,5 naar boven, in de overige gevallen naar beneden. Een paar voorbeelden: 6,5 wordt 7; 6,46 wordt 6. Een repetitie (afgekort: rep.) is een van tevoren aangekondigd werk over een duidelijk afgebakende hoeveelheid stof. De afkorting s.o. staat voor schriftelijke overhoring. Ook een s.o. is een van tevoren aangekondigd werk over een duidelijk afgebakende hoeveelheid stof.
Aan de verschillende toetsvormen worden per vak de volgende gewichten toegekend:
De talen Nederlands Gewichten: rep. 3x; s.o., 1x. Frans Gewichten: rep. 3x (voor klas 1 en 2), rep. 2x ; s.o. 1x. Engels Gewichten: rep. 3x, toets maximaal 3x, s.o. Duits Gewichten: rep. 3x, lees- en luistertoetsen 2x, leesdossier en s.o. 1x.
De exacte vakken Wiskunde Gewichten: rep./toets 2x, s.o. 1x. Natuurkunde Gewichten: rep. 3x, s.o. 1x. Scheikunde Gewichten: rep. 3x, s.o. 1x. Biologie Gewichten: rep. 3x, werkstuk 2x, s.o., netschrift 1x. (Informatiekunde) Alle aangeboden modules moeten voldoende afgerond worden . Techniek Gewichten: werkstuk 2x: rep./toets 1x, s.o. (eventueel) werkboek 1x.
De maatschappelijke vakken Geschiedenis Gewichten: rep., verslag, werkstuk 3x, toets 2x; s.o. 1x Aardrijkskunde Gewichten: rep. 3x; s.o. 1x Economie Gewichten: rep. 2x, s.o. 1x, werkstuk 2x of 3x Maatschappijleer Gewichten: zie PTA
Godsdienst Gewichten: rep., verslag 2x, s.o., Leefstijl Gewichten: praktijkopdracht groot 2x, praktijkopdracht klein 1x, s.o. 1x.
De expressievakken Muziek Gewichten: s.o. 1x, zingen 1x, creatieve opdracht 1x, speelopdracht 1x. Tekenen Gewichten: (niet-examenvak): werkstuk 1x. Handvaardigheid Gewichten: (niet-examenvak): werkstuk praktijk 3x, schets en cultureel zelfportret 1x.
Kunstvakken (zie PTA)
Lichamelijke opvoeding De rapportage komt in de onderbouw tot stand door het geven van een waardering op een drietal items: * Werkhouding/inzet; gewicht: 1x. * Bedrevenheid/vaardigheid; gewicht: 2x. * Omgang met de ander en het andere; gewicht: 1x.
Verzuim bij een toets
Als een leerling bij een toets ongeoorloofd afwezig is wordt het cijfer 1 toegekend. Aangezien in de bovenbouw sommige toetsen de status van schoolexamentoets hebben en dus mee tellen in de slaag-zakregeling van het eindexamen, is het goed erop te letten dat dit ongeoorloofd verzuim niet voorkomt!
Het is natuurlijk ook mogelijk dat een leerling geoorloofd afwezig is. Daar wordt onder verstaan: * Afwezigheid door ziekte, bevestigd door een schriftelijke verklaring van een van de ouders of verzorgers. * Afwezigheid in verband met bijzondere omstandigheden, met toestemming van de unitdirecteur.
Indien een leerling uit de onderbouw door bijzondere omstandigheden niet in staat is een repetitie te maken dan dient dit d.m.v. een brief van de ouders of verzorgers duidelijk gemaakt te worden.
Van leerlingen in de bovenbouw wordt verwacht dat zij hun werk plannen, rekening houdend met tegenvallers. Dit betekent dat onverwachte omstandigheden op de dag voorafgaande aan een toets niet als een geldige reden worden beschouwd om niet deel te nemen aan een toets. Deze regel is strenger dan de regels die we in de onderbouw hanteren. Daarmee bereiden we de leerlingen voor op het eindexamen, dat ook doorgaat ongeacht de persoonlijke omstandigheden van de kandidaten. Kandidaten die een examen verzuimen, kunnen op zijn best in de herkansingsronde meedoen, op zijn slechtst verspelen ze een heel jaar! In alle gevallen waarbij een leerling op geoorloofde wijze een repetitie of een ander werk heeft gemist, dient de leerling contact op te nemen met de betreffende docent. Deze bepaalt of het gemiste werk al of niet ingehaald dient te worden. Schoolexamentoetsen moeten leerlingen altijd inhalen.
Herkansingsprocedure mavo-onderbouw
De leerlingen mogen per leerjaar twee repetities herkansen voor ieder van de volgende vakken: Nederlands, Engels, Frans, Duits, biologie, wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkunde, economie en godsdienst, mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De voorwaarden zijn als volgt: 1. De leerling doet goed mee in de les. 2. De leerling heeft zijn huiswerk over het algemeen in orde. 3. De leerling maakt eventueel een foutenanalyse in opdracht van de docent. 4. De leerling maakt een herkansing uiterlijk binnen een maand na afloop van een rapportperiode.
Als de leerling aan bovenstaande voorwaarden voldoet, heeft hij recht om per schooljaar voor de genoemde vakken twee repetities te herkansen. De herkansing moet overeenkomen met de reguliere repetitie. Repetities die in de afsluitende toetsweek in juni/juli worden gemaakt, mogen niet herkanst worden.
De herkansing vindt plaats buiten de reguliere lessen om. De docent bepaalt de dag en het tijdstip.
Voor de vakken tekenen, muziek, techniek en leefstijl geldt een andere herkansingsregeling daar er geen repetities worden afgenomen. Bij tekenen mogen de leerlingen na opmerkingen en aanwijzingen in hun eigen tijd de tekening nog een keer maken. Het hoogste cijfer telt. Bij muziek mogen leerlingen twee schriftelijke overhoringen en/of praktische opdrachten herkansen per leerjaar. De leerling moet dan wel inzet tonen en goed meedoen in de les. Dit alles ter beoordeling van de docent. Bij techniek en leefstijl mogen leerlingen één schriftelijke overhoring en/of praktische opdracht herkansen per leerjaar. De leerling moet dan wel inzet tonen en goed meedoen in de les. Dit alles ter beoordeling van de docent.
Het uiteindelijke cijfer wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de oorspronkelijke repetitie/schriftelijke overhoring/praktische opdracht en de herkansing, tenzij het cijfer lager uitvalt, dan telt het hoogste cijfer.
Basisregeling overgangsnormering
Overgangsnormen worden gebruikt om te bepalen of een leerling bevorderd kan worden naar een volgend leerjaar. Het aantal behaalde onvoldoenden mag een bepaalde grens niet overschrijden om bevorderd te kunnen worden. Die grens wordt bepaald met behulp van het onvoldoendegetal. De cijfers op het eindrapport zijn bepalend voor de overgang.
Uitgangspunten
* Eerste uitgangspunt: het onvoldoendegetal wordt hoger als gevolg van het behalen van onvoldoenden: - het cijfer 5 verhoogt het onvoldoendegetal met 1 punt; - het cijfer 4 verhoogt het onvoldoendegetal met 2 punten en - het cijfer 3 of lager verhoogt het onvoldoendegetal met 3 punten. * Tweede uitgangspunt: compensatiepunten verkleinen het onvoldoendegetal. Indien het gemiddelde van alle vakken precies 6, maar niet hoger dan 6,5 bedraagt, wordt het onvoldoendegetal met een half punt verlaagd; is het gemiddelde hoger dan 6,5 dan wordt het onvoldoendegetal met een heel punt verlaagd.
Normen
Na verrekening van de compensatiepunten worden de volgende overgangsnormen toegepast: De vergadering kan besluiten een te bespreken leerling: * te bevorderen; * te bevorderen met een taak; * te bevorderen naar de naastgelegen lagere onderwijssoort; * niet te bevorderen.
|
Onvoldoende getal |
Beslissing |
|
mavo-havo klas 1 mavo 2 en 3 |
|
|
0 - 2,5 |
Bevorderen |
|
3,0 - 4,0 4,5 en hoger |
Bespreken Niet bevorderen |
Bij de beslissing 'niet bevorderen' kan de vergadering besluiten een leerling: * te laten doubleren; * te bevorderen naar de naastgelegen lagere onderwijssoort.
Nadere regels over doubleren: * wanneer een leerling in de brugklas doubleert, mag hij/zij niet in de tweede klas blijven zitten; * in geen enkele jaargroep mag een leerling meer dan eenmaal blijven zitten; * een leerling mag niet achtereenvolgens in twee opeenvolgende leerjaren van dezelfde schoolsoort blijven zitten.
Afwijking van de overgangsnormen
Er kunnen zwaarwegende argumenten aanwezig zijn die de docentenvergadering anders doen besluiten dan volgens de normen besloten zou moeten worden.
Regeling doorstroming en determinatie
Voor de doorstroming tussen de locaties bestaat een regeling doorstroming en determinatie. De locaties kennen in het voorkomende geval daarnaast een interne regeling doorstroming en determinatie met de daarbij behorende criteria.
Determinatieregeling
1. De vergadering beslist over de determinatie. 2. Bij de determinatie van de leerling spelen drie zaken een rol, te weten: • de individuele adviezen van de vakdocenten • inzicht, inzet, werkhouding, concentratie en tempo • behaalde cijfers 3. Op basis van de zaken die onder 2 zijn genoemd, en rekening houdend met de verhouding van cijfers binnen de verschillende leergebieden, stellen we voor elke leerling het juiste perspectief vast.
Als uitgangspunt hanteren we de volgende richtscore: • als het gemiddelde van alle vakken 7.5 of hoger is, dan mogelijkheid havo-2
--------------------------------------------------------------------------------
Slotopmerkingen
Hopelijk heeft u door middel van het bovenstaande een duidelijk beeld gekregen van alle zaken die een rol spelen bij het bepalen van rapportcijfers. De bedoeling is echter niet dat de school zich hiermee een strak keurslijf heeft aangemeten. Het is met deze regels zoals met alle regels en normen: in zeer uitzonderlijke gevallen kan ervan afgeweken worden. U kunt daarbij denken aan langdurige ziekte of zeer bijzondere huiselijke of persoonlijke omstandigheden. Communicatie is daarbij essentieel.
|